Fruitmot biologisch bestrijden in de appel- en perenteelt

Stem biologische bestrijding van fruitmot af op het ontwikkelingsstadium en het juiste moment. De larve van Cydia pomonella boort in appel en soms peer en ander fruit. De binnengedrongen larve maakt eerst een holte vlak onder de schil. Het ingangsgaatje is vaak met droge uitwerpselen verstopt. Daarna vreet zij zich richting het midden. Aangetaste vruchten rijpen dikwijls voortijdig en vallen af.

De voorvleugels zijn zwartbruin met een asgrijze glans en een opvallende metaalachtige vlek achteraan. De larven zijn aanvankelijk witachtig en later bleekroze, met een bruine kop. Eitjes worden op bladeren of ontwikkelende vruchtjes afgezet. Jonge larven boren zich in de vrucht. Volgroeide rupsen verlaten de vrucht en maken een cocon op beschutte plekken, bijvoorbeeld onder losse schors of in spleten. Het aantal generaties hangt af van het klimaat.

Tegen fruitmot worden insectenparasitaire nematoden ingezet. Nematoden dringen het plaaginsect binnen en geven symbiotische bacteriën af. Stem timing en frequentie af op plaagsoort, luchtvochtigheid, bodemvocht en temperatuur. Nematoden zijn gevoelig voor ultraviolet licht. Verspuit bereide spuitvloeistof direct en bewaar deze niet. Andere bestrijdingsmiddelen kunnen nematoden direct of indirect schaden.

Larven die bij de pluk nog in appels zitten, kunnen later in kieren van kisten of opslagplekken worden gevonden. Haal de Capsanem-dozen na ontvangst uit de isolerende verzendverpakking. Bewaar ze tot gebruik donker en gekoeld. Verwijder de zeefjes en gebruik spuitdoppen met een opening van minimaal 0,5 millimeter. Houd de druk op de dop op maximaal twintig bar. Controleer bij injectiesystemen de geschiktheid van de apparatuur voor nematoden. Gebruik bij de inspectie zowel motvangsten als vruchtmonsters: ze geven aanvullende informatie.

De eitjes zijn eerst doorschijnend wit. Later is het ontwikkelende embryo als een rode ring zichtbaar. Bij een nauwkeurige inspectie is vergroting daarom nuttig.

Jonge larven dringen kleine vruchten binnen via de kelk. Bij grotere vruchten zijn ook zijkant en steelomgeving ingangen. Een ingang is vaak met droge uitwerpselen dichtgestopt. Draai de vrucht en zoek bij een vermoedelijke opening naar droge uitwerpselen. Snijd daarna gericht, zodat een gang en het onderliggende vruchtvlees in samenhang zichtbaar blijven.

Binnen de vrucht doorloopt de larve meerdere stadia voordat zij het fruit verlaat. De volgroeide rups van de laatste generatie overwintert en verpopt in het voorjaar. Blijf Capsanem voortdurend mengen, zodat nematoden niet naar de bodem van de tank zakken. Ook mengwater heeft technische grenzen: de tanktemperatuur mag maximaal vijfentwintig graden zijn en de pH hoort tussen vier en acht te liggen.

Pruimenmot biologisch bestrijden in de pruimenteelt

Bij pruimenmot biologisch bestrijden onderzoekt u een verdachte vrucht rond de steen. De rupsen zijn lichtroze met een bruine kop. Feromoonvallen helpen vooral om de motactiviteit te volgen; zij beheersen een aantasting doorgaans niet zelfstandig. De wetenschappelijke naam is Grapholita funebrana, met Cydia als synoniem. Pruimen met een rups rijpen vaak vroeg en kunnen licht misvormd zijn. Binnen in de vrucht zitten rond de steen uitwerpselkorrels waar de larve heeft gegeten.

Harsachtige gom rond de steen is een fysiologische afwijking. Onderscheid die van motvraat. Ook heldere gom aan de vrucht kan een reactie op wisselende waterbeschikbaarheid zijn. Zaagwesplarven vreten in jonge vruchtjes die vroeg afvallen, terwijl pruimenmotrupsen zich in verder ontwikkelde vruchten bevinden. Vallen met een nagebootste vrouwelijke sekslokstof trekken mannelijke motten aan.

Insectenparasitaire nematoden kunnen bijdragen aan beheersing. Richt de toepassing op stam, takken en de bodem eronder nadat rupsen de vrucht hebben verlaten. Nematoden kunnen ook niet-doelorganismen treffen. Het volgende jaar kunnen opnieuw vrouwtjes van elders invliegen.

Volgroeide rupsen verlaten de vrucht en overwinteren in zijden cocons onder losse schors of andere beschutte plekken. Later rijpende vruchten kunnen minder vaak rupsen bevatten. Er bestaan open vallen met een lijmbodem en bakvallen met water. Voorkom dat vogels bij de kleefbodem kunnen komen. Grapholita tenebrosana, Pammene fasciana en Cnephasia-soorten kunnen als bijvangst in pruimenmotvallen terechtkomen.

Sorteer de vangst eerst op soort voordat u pruimenmotten telt. Ook Grapholita tenebrosana wordt door de pruimenmotlokstof aangetrokken. De palpen verschillen in kleur en mannetjes hebben verschillende geslachtsstructuren. Gebruik passende vergroting om die details te bekijken. Pruimenmotten zijn dof leigrijs met weinig duidelijke voorvleugeltekening. De platte, doorschijnende eitjes worden meestal afzonderlijk op jonge vruchten gelegd.

Pas uitgekomen rupsen zijn witachtig met een donkere kop; later wordt het lijf roodachtig. De ingang van een gang kan klein en lastig zichtbaar zijn. Sluit pruimenmot bij een kleine witte rups dus niet alleen op grond van de kleur uit. Pammene rhediella is een andere vruchtvretende mot op pruim. Bij deze soort kan veel gom in spinsel rond de aangetaste plek zitten, terwijl weinig of geen uitwerpselen in het vruchtvlees achterblijven.

Aangetaste pruimen rijpen vaak eerder, waardoor een monster van uitsluitend de allereerste rijpe vruchten een hoge aantasting kan suggereren. Pruimenmot heeft een onduidelijke donkere dwarsband en vrij afgeronde vleugeluiteinden. Bij Grapholita tenebrosana vormen de uiteinden van boven gezien eerder een V. De grootte varieert; inspecteer de vleugeltekening op de kleefbodem met vergroting.

Frambozenkever biologisch bestrijden in de frambozenteelt

Byturus tomentosus legt eitjes op bloemen; jonge larven eten bij de steelaanzet en later aan de centrale vruchtbodem. Volwassen frambozenkevers zijn klein en lichtbruin. De soort vormt een plaag op framboos en hybride bessen. Volwassen kevers verschijnen voordat de frambozenbloemen opengaan. Ze eten jonge bladeren van nieuwe scheuten en ontwikkelende knoppen. Larven vreten over deelvruchtjes of tunnelen in de vruchtbodem.

Frambozenkever is vooral een probleem op zomerdragende frambozen. Vroege vruchten van herfstframbozen kunnen ook geraakt worden; later rijpende vruchten zijn doorgaans minder aangetast. Een waterval met waardplantgeur vangt zowel mannelijke als vrouwelijke frambozenkevers. Zo'n val kan de populatie helpen verminderen. Vogels, egels en loopkevers zijn natuurlijke vijanden. Volg bij de waterval de bijgeleverde plaatsings- en uitleesinstructie.

Volwassen kevers kunnen naar bloeiende appel, pruim, kers en meidoorn vliegen om te eten en daarna naar framboos terugkeren. De bloemgeur lokt de kevers. De larven veroorzaken de belangrijkste schade.

Beschadigde vruchten kunnen geïnfecteerd raken met Botrytis cinerea en zijn dan korter houdbaar. Controleer beschadigde vruchten daarom op zowel larven als schimmel. Binnen in de vrucht zit een bruinwitte keverlarve.

Een gelijkende verwante keversoort leeft op geel nagelkruid en tast geen tuinplanten aan. Controleer bij een bruin insect op de valbodem dus ook de andere soortkenmerken.

Volgende stap

Bekijk vóór de keuze van levende bestrijders de uitleg over soorten en toestemming.