P1, P2, P3 en Ps

P1 is assistent professioneel gebruik, P2 professioneel gebruik en P3 distributie en voorlichting. Ps betreft specifiek professioneel gebruik en is gekoppeld aan bepaalde werkzame stoffen. Gebruik de actuele officiële gids om jouw werkzaamheden aan de juiste categorie te koppelen.

De fytolicentie is een persoonlijk certificaat voor een natuurlijke persoon. Er zijn afzonderlijke bevoegdheden voor gebruikers, distributeurs en voorlichters. Het professionele karakter hangt samen met beroepsactiviteiten en omvat ook bedieners van apparatuur, technici, werkgevers en zelfstandigen.

Controleer op het productetiket ook het toelatingsnummer. Een nummer met P/B of P/P hoort bij professioneel gebruik. G/B of G/P duidt middelen voor niet-professioneel gebruik aan. Bij parallelinvoer eindigt het nummer op /P.

NP geeft recht op distributie en voorlichting over middelen voor niet-professioneel gebruik.

Met P3 mag je ook taken van NP, P1 en P2 uitvoeren. Controleer afzonderlijk of voor het specifieke middel of de werkzame stof een Ps nodig is.

Met P2 of P3 mag je zelfstandig product, dosis, plaats en tijdstip bepalen. Ook mag je de toepassing uitvoeren, conform de toelatingsakte. P3 omvat daarnaast distributie, verkoop en voorlichting.

Met P1 mag je een gewasbehandeling alleen onder gezag van een P2 of P3 uitvoeren. De P1 mag de behandeling uitvoeren zonder dat de gezaghebbende aanwezig is.

Let bij loonwerk op de afbakening voor landbouw, groenteteelt, fruitteelt en sierteelt. Voor een behandeling bij derden mag je in deze sectoren geen beroep doen op houders van P1.

Een P1 mag ook middelen klaarmaken volgens instructies van de gezaghebbende P2 of P3. Onder dezelfde verantwoordelijke mogen maximaal tien P1-houders werken. Heb je meerdere gezaghebbenden, leg de relatie dan voor elk van hen vast. Ook voor professionele middelen die in de biologische landbouw zijn toegelaten, is een fytolicentie vereist.

Verklaring van gebruik onder gezag

Leg de gezagsrelatie vast met een verklaring van gebruik onder gezag in tweevoud of een ander ondertekend document. Beide partijen dateren en ondertekenen; het origineel gaat naar de P1.

Vul het model als volgt in. Bij de houder van Professioneel gebruik of Distributie/Voorlichting vul je Naam en voornamen en Nummer van de fytolicentie in. Daarna volgen dezelfde persoonsgegevens en het licentienummer van de houder van Assistent professioneel gebruik. Vul bij Gedaan te de plaats in en bij de datum de ondertekeningsdatum. Onderaan ondertekenen beide genoemde houders.

Met een Nederlands vakbekwaamheidsbewijs kun je een Belgische fytolicentie aanvragen. Koop of gebruik je professionele gewasbeschermingsmiddelen in België én Nederland? Dan heb je beide nationale certificaten nodig.

Ps-examen: leeftijd en werkzame stoffen

Voor deelname aan het Ps-examen moet je minstens 21 jaar zijn en P2 of P3 bezitten. Bereid je voor op specifieke toepassingstechnieken en beschermingsmaatregelen voor toepasser, omwonenden en milieu.

Er zijn vier Ps-examengroepen: sulfurylfluoride; aluminiumfosfide en magnesiumfosfide; metam-natrium, metam-kalium en dazomet; en kooldioxide. Na slagen voor een groep wordt voor iedere betrokken werkzame stof een Ps afgeleverd. Een kandidaat mag per examencyclus maximaal twee keer deelnemen.

Proefproducten voor onderzoek

Een proefproduct kan een nog niet toegelaten middel zijn, bijvoorbeeld met een nieuwe formulering of werkzame stof. Ook een toegelaten middel dat je tijdens onderzoek buiten de aktevoorwaarden toepast, valt hieronder. Denk aan een andere teelt, dosis, toepassingswijze of toepassingstijdstip. Buiten een labo-omgeving mag alleen een houder van P2 of P3 zulke proefproducten toepassen. Volg daarnaast de afzonderlijke regels voor invoer en gebruik van proefproducten.

Voor onderzoeksproeven in een laboratorium, zoals een in-vitrotest of plantenweefselteelt, geldt deze specifieke licentievoorwaarde niet. De registratieplicht voor het gebruik geldt ook daar.

Begassing en behandelingen na de oogst

Zoek eerst de toelating voor de concrete handeling via Fytoweb. Bij begassing komen daar specifieke personeelsvoorwaarden en een voorafgaande melding in de officiële begassingsdatabank bij.

Controleer of de werkzame stof van het middel op de Ps van de uitvoerder staat.

Zoek erkende begassings- en grondontsmettingsproducten in Fytoweb of Biocide, afhankelijk van de productcategorie.

Leafwrit

Houd uw spuitregistratie op één plek bij. Gratis beginnen.

Laat begassing met gewasbeschermingsmiddelen uitvoeren door een begassingsleider én begassingshelper, beiden met Ps. Bij grondontsmetting mag een helper met P2 of P1 onder toezicht de begassing voorbereiden en gasdichte folie leggen of verwijderen.

De begassingsleider meldt de behandeling minstens 48 uur vooraf; voor laadeenheden en quarantainebehandelingen geldt 24 uur. De federale milieu-inspectie gebruikt deze gegevens voor toezicht.

Leg na uitvoering ook de gebruiksgegevens vast. Noteer het type behandeling, het toelatingsnummer en de omvang van het behandelde gebied. Bij een behandelde eenheid gaat het om de hoeveelheid. De geregistreerde plaats moet bij het werkelijk uitgevoerde werk passen.

Volg voor effluenten van behandelingen vóór het planten of na de oogst de gewestelijke regels. Dat geldt voor vloeibare en vaste resten, waaronder schoonmaakwater van toepassingsmateriaal en verontreinigd substraat.

Openbaar terrein en sportvelden

Bepaal eerst wie het terrein beheert, waarvoor het wordt gebruikt en of het om het sportveld zelf of de omliggende zones gaat. In Vlaanderen geldt voor terreinen van openbare diensten een pesticidenverbod. Op publiek toegankelijke private terreinen mag je alleen als laatste stap minimaal en op gerichte plekken pesticiden gebruiken. Controleer naast de producttoelating ook het terreinverbod.

Het verbod voor openbare diensten omvat onder meer scholen, kinderopvang, ziekenhuizen, parkeerplaatsen en terreinen van openbare besturen.

Beperk pesticidengebruik door passend ontwerp, goede aanleg en regelmatig onderhoud. Pas vervolgens alternatieve bestrijding toe. Gebruik chemische middelen pas als laatste stap met zo weinig mogelijk risico.

VMM beslist over afwijkingen van het verbod. Gebruik Procedure 5 bij onevenredig hoge omvormingskosten. De procedure geldt ook als alternatieve bestrijding onevenredig duur is en een eenmalige behandeling daarna efficiënt pesticidenvrij beheer mogelijk maakt. Bepaalde sportveldproblemen komen in aanmerking voor een vereenvoudigde procedure.

Dien één formulier per probleem in. Wil je op een sportterrein zowel onkruid als schimmels bestrijden, dan zijn twee aanvragen nodig.

Voeg foto's van het probleem en een kaart met het ingetekende terrein toe.

Laat de bevoegde verantwoordelijke of officiële vertegenwoordiger de aanvraag bekrachtigen. Bij een gemeente is dat bijvoorbeeld het College van Burgemeester en Schepenen.

Begin pas na toestemming met chemische bestrijding, met het toegekende afwijkingsnummer en volgens de randvoorwaarden.

Stuur het P5-aanvraagformulier als PDF naar [email protected]. Zet “Afwijking P5 - Probleemterrein” en de naam van de aanvrager in het onderwerp. Voor aanvullende informatie gebruik je dezelfde dossierverwijzing en voeg je “bijkomende info” toe. Bewaar de gebruikte hoeveelheden gedurende vijf jaar.

Controleer ook wie moet rapporteren. De jaarlijkse rapportage geldt voor de Vlaamse overheid, provincies, gemeenten, autonome gemeentebedrijven en polders en wateringen. Andere organisaties die een openbare dienst verlenen, houden het gebruik per goedgekeurde afwijking vijf jaar beschikbaar voor VMM. Zonder pesticidengebruik hoeft een openbare dienst niet te rapporteren.

Het sportveld is de plaats waar je de sport beoefent. Omliggende paden en parkeerterreinen vallen niet onder dat sportveldbegrip.

Neem maaien, bezanden, doorzaaien en borstelen op in het onderhoudsplan.

Houd plaats, productnaam, toelatingsnummer en gebruikte jaarhoeveelheid bij. Voor openbare diensten komt daar het afwijkingsnummer bij.

Rapporteer als betrokken Vlaamse overheid of lokaal bestuur vóór 1 april van het volgende jaar. Vul de online inventaris per locatie in en vermeld het afwijkingsnummer.

Volgende stap

Vergelijk je werkzaamheden met de fytolicentiegids. Controleer daarna de toepassing in Fytoweb en, voor een Vlaams probleemterrein, de afwijkingsprocedure van VMM.