Emelten biologisch bestrijden in grasland en professioneel grasbeheer

Biologische bestrijding van emelten begint bij het vinden van de larven in de aangetaste grasmat. Alleen langpootmuggen zien is onvoldoende voor die keuze. Een emelt is een grauwe larve van een langpootmug, zonder poten en zonder duidelijk herkenbare kop. Volwassen muggen veroorzaken geen vraatschade. De larven vreten aan jonge plantendelen en wortels; ook de wortelhals kan worden doorgevreten. Vogels kunnen bij het zoeken naar emelten de grasmat openwerken.

Emelten houden zich overdag schuil en eten 's nachts. Entonem is een biologische bestrijder tegen emelten. Dit product bevat de nematode Steinernema feltiae. Nematoden dringen het plaaginsect binnen en brengen symbiotische bacteriën mee. Stem timing en frequentie van Entonem af op de plaagsoort, temperatuur en vochtomstandigheden. Bescherm nematoden tegen direct zonlicht en houd het behandelde medium vochtig.

Controleer vóór toepassing de pomp, filters en doppen. Meng de vloeistof en verwerk haar direct na bereiding. Controleer voor uw slang, veldspuit of beregeningsleiding de technische productvoorwaarden. Controleer de neveneffecten van andere bestrijdingsmiddelen op de nematoden. Geïnfecteerde insecten in de wortelzone kunnen verkleuren en zijn door snelle afbraak lastig terug te vinden.

Emelten kunnen ook zaailingen en jonge groenten aantasten. De koollangpootmug, Tipula oleracea, en weidelangpootmug, Tipula paludosa, hebben niet dezelfde generatiecyclus.

Engerlingen biologisch bestrijden in kwekerijen en professioneel grasbeheer

Engerlingen biologisch bestrijden begint met vaststellen welke keverlarven in de wortelzone zitten. De rozenkever en gewone meikever hebben verschillende ontwikkelingstrajecten. Rozenkeverlarven, Phyllopertha horticola, zijn witachtig en gebogen, met een bruine kop en drie paar poten. De larven voeden zich onder meer met graswortels. Ook bij de gewone meikever, Melolontha melolontha, veroorzaakt de larvenvraat aan gras- en klaverwortels de meeste schade.

Natuurlijke vijand van de engerling: nematoden

Het voedselgebruik van rozenkeverlarven verandert tijdens de ontwikkeling. Jonge larven nemen vooral humusdeeltjes op; daarop volgen fijne en later grotere wortels. De meikeverlarven hebben een meerjarige ontwikkeling. Larvanem bevat Heterorhabditis bacteriophora. De nematoden dringen het plaaginsect binnen en geven daar symbiotische bacteriën af. Stem timing en frequentie van Larvanem af op plaagsoort, luchtvochtigheid, bodemvocht en temperatuur.

Vermijd direct zonlicht en zorg voor voldoende vocht na de toepassing. U kunt Larvanem toedienen met onder meer gieters, regenleidingen en spuitapparatuur. Controleer daarbij de productvoorwaarden voor filters, doppen, mengen en pompen. De ontwikkeling loopt van ei via larvenstadia en pop naar kever.

Veenmol biologisch bestrijden in de groenteteelt

De veenmol is een roodbruine krekel met brede graafpoten. Hij eet zowel dierlijk voedsel als wortels; ook het graven kan jonge planten beschadigen. De kop en het halsschild zijn sterk behaard. Het gangen graven kan daarnaast de bovenste bodemlaag laten uitdrogen, waardoor jonge kiemplanten kunnen sterven.

De soort leeft ondergronds en heeft voorkeur voor een vochtige bodem. Op het menu staan onder meer regenwormen, insectenlarven en wortels. Ook in kassen en moestuinen kunnen ze schade veroorzaken. Mollen, spitsmuizen en verschillende insectenetende vogels zijn natuurlijke vijanden. Jonge veenmollen worden ook door kleinere insecteneters zoals kikkers en salamanders gegeten. De nematode Steinernema carpocapsae kan populaties veenmollen verminderen.

De ontwikkeling loopt van ei via nimf naar volwassen dier. Nimfen lijken op volwassen veenmollen, maar zijn kleiner en hebben aanvankelijk nog geen vleugels. Vrouwtjes bewaken en verzorgen eitjes en jonge nimfen in een ondergronds nest. Mannetjes maken vooral rond of na zonsondergang geluid om vrouwtjes te lokken. De dieren kunnen vliegen en zwemmen; vliegen gebeurt vooral op warme zomeravonden.

Veenmollen hebben relatief korte antennen, sterk behaarde staartdraden en korte afgeronde voorvleugels. De achtervleugels zijn spits en kunnen voorbij het achterlijf reiken. Volwassen vrouwtjes kunnen zeven centimeter lang worden; mannetjes blijven iets kleiner. Het vrouwtje legt in de lente honderd tot driehonderd eieren in een ondergronds nest, ongeveer tien tot dertig centimeter diep.

Jonge nimfen blijven aanvankelijk bij de moeder en verlaten na enkele vervellingen het nest. De volledige ontwikkeling duurt gemiddeld ongeveer vijfhonderd dagen. De veenmol staat als kwetsbaar op de Rode Lijst. Vermijd onnodige bestrijding.

Leafwrit

Houd uw spuitregistratie op één plek bij. Gratis beginnen.

Taxuskever biologisch bestrijden in de boomkwekerij

Taxuskever biologisch bestrijden vraagt aandacht voor de larven in de wortelzone én de volwassen kevers op de plant. Controleer bij bladrandvraat ook de potkluit op larven. De taxuskever of gegroefde lapsnuitkever heet Otiorhynchus sulcatus. Rododendron, cyclaam en azalea behoren tot de waardplanten. De volwassen kevers zijn 's nachts actief en eten ronde happen uit de bladrand. Overdag kunnen zij zich tussen potkluit en pot of onder materiaal schuilhouden.

Natuurlijke vijanden van de taxuskever inzetten tegen larven in de wortelzone

De pootloze larven leven in de wortelzone en eten aan wortels. Zij kunnen bij verstoring een gebogen houding aannemen. Grote larvenpopulaties kunnen planten vernielen; jonge planten en pas gestekt materiaal zijn minder bestand tegen aantasting dan gevestigde gewassen. Larvanem bevat de nematode Heterorhabditis bacteriophora. Stem de timing van Larvanem af op plaagsoort, bodemvocht en temperatuur.

Zorg na toepassing voor voldoende vocht en bescherm de nematoden tegen ultraviolet licht. Controleer voor de gekozen toepassingsroute de productvoorwaarden voor bereiding, filters, doppen, mengen en pompen. Andere bestrijdingsmiddelen kunnen de nematoden direct of indirect schaden. Bladrandvraat kan de waarde van sierplanten en wintergroene struiken verminderen.

De volwassen taxuskever is bruinzwart, met vaalgele vlekjes en gegroefde dekschilden. Die dekschilden zijn vergroeid; de kever kan niet vliegen maar loopt wel goed. Overdag schuilt het dier onder meer bij potkluiten, grove kluiten, planken of strooisel. De eieren zijn wit en rond. Larven zijn witachtig tot roze, met een bruinrode kop.

Larven hebben stijve haren, overwinteren doorgaans als larve en verpoppen later in de grond.

Ritnaalden biologisch bestrijden in akkerbouw en groenteteelt

Ritnaalden zijn larven van kniptorren: slank en geelbruin met kleine poten bij de kop. Ze kunnen aan wortels, jonge planten en stengelvoeten vreten en gangen in aardappelknollen maken.

In aardappelen maken ritnaalden doorgaans een doorgaande gang. Slakkenvraat geeft vaker een kleine opening met een holte erachter. Kniptorren leggen bij voorkeur eieren in grond met een dichte vegetatiebedekking. Besteed extra aandacht aan pas omgezette grasgrond: daar worden vaak ritnaalden gevonden. De larvale ontwikkeling kan meerdere jaren duren. Grondbewerking kan larven tijdelijk blootstellen aan predatoren zoals vogels.

Ook loopkevers eten ritnaalden. Heterorhabditis bacteriophora wordt als nematode tegen ritnaalden aangeboden. Daarbij zijn voldoende bodemvocht, passende temperatuur en de leveranciersinstructie belangrijk. Ook andere bodeminsecten kunnen worden beïnvloed. Behandel alleen de plekken met aangetoonde ritnaaldenschade. Om het vereiste bodemvocht te bereiken, kan vóór en na toepassing water geven nodig zijn.

Naaktslakken en biologische slakkenbestrijding

Slakken biologisch bestrijden begint met aantonen waar slakken werkelijk vreten. Slakken vreten aan bieten en kunnen planten in het kiem- en tweebladstadium laten wegvallen. Een plastic of natte jute zak met lokaas kan dienen om de dieren op te sporen. Bij slakken is de vraat aan de bladrand vrij afgerond. Emelten maken vaker een gekartelde rand en kunnen afgebeten bladdelen een stukje meeslepen.

Onderzoek daarom ook het materiaal naast de plant. Kluiten bieden slakken schuilplaatsen. Een vochtig voorjaar, organische stof, niet-kerende grondbewerking en aangrenzend grasland kunnen de aanwezigheid van slakken bevorderen. Ook de voorvrucht speelt een rol. Een vlak zaaibed geeft minder schuilplaatsen en daarmee minder kans op schade. Deze aandachtspunten gelden voor bieten.

Natuurlijke vijand van de slak en de naaktslak

De natuurlijke vijanden van slakken en naaktslakken zijn vogels, kikkers, padden en loopkevers: zij eten slakken. Veel soorten eten afbrekend organisch materiaal; slechts een deel van de soorten beschadigt levende planten. Bij een product met levende nematoden hoort de route voor natuurlijke vijanden. Vergunningvrije soorten staan in bijlage VIIb; controleer voor andere soorten de toestemming voor uitzetten. Ook groene of biologische gewasbeschermingsmiddelen hebben een Nederlandse toelating nodig.

Gebruik als basisstof vereist Europese goedkeuring voor de toepassing. Controleer een internetrecept daarom aan de hand van de goedgekeurde toepassingen. Slakken komen geregeld uit slootkanten of aangrenzend grasland. Overweeg bij uitsluitend aan de rand aanwezige slakken een gerichte randbehandeling. Kopertape, boomschors, eierschalen, scherpe grit en wolkorrels beperkten de slakkenschade in een tuinproef niet.

Zoek in de tuin met een lamp op zachte, vochtige avonden. Ondergronds levende kielslakken kunnen gangen in aardappelen en andere knollen maken. Eieren blootleggen door harken kan ook de leefomgeving van natuurlijke vijanden verstoren. Zoek bij beschadigde jonge suikerbieten ook naar slijmsporen.

Volgende stap

Controleer voor levende bestrijders de regels voor soorten en toestemming.