Trips biologisch bestrijden in de kas: bestrijders en monitoring

Gebruik roofmijten, roofwantsen of nuttige nematoden tegen de passende levensfase. Hang kleefvallen op voor vroege detectie. Trips verschuilt zich diep in bloemen en bladeren. Het voedingsgedrag en de overdracht van virussen kunnen onder meer zilverkleuring, vervormd blad en beschadigde vruchten veroorzaken. Californische trips, Frankliniella occidentalis, veroorzaakt belangrijke schade in de glastuinbouw.

Bij trips richten de nematoden zich op poppen in de bodem. Kleefvallen en kairomonen ondersteunen vroege detectie en vermindering van de populatie. Trips behoort tot de orde Thysanoptera, letterlijk franjevleugels. De smalle vleugels dragen een haarzoom.

De belangrijkste tuinbouwplagen uit deze groep behoren tot Thripidae. Veel andere tripssoorten zijn onschuldig en sommige zijn predatoren.

Biologische spintbestrijding: roofmijten en monitoring

Spint biologisch bestrijden vraagt om controle van de bladonderkant en een roofmijtkeuze die past bij de aangetroffen plaag. De kasspintmijt, Tetranychus urticae, voedt zich vooral aan de onderzijde van bladeren. De mijten prikken plantencellen aan; aan de bovenkant kunnen kleine gele puntjes verschijnen. Nimfen en volwassen mijten maken ook spinsel. Zoek de plaag vroeg door het gewas visueel te controleren.

Natuurlijke vijanden van de spintmijt

Roofmijten zoals Phytoseiulus persimilis en Neoseiulus californicus zijn natuurlijke vijanden van spint.

Uitzetzakjes kunnen doorlopend roofmijten afgeven. Voorkom aantasting met gewashygiëne, goede verzorging en regelmatige controle. Ook larven en nimfen van kasspint prikken plantencellen aan en zuigen ze leeg. Onderzoek daarom bij een melding beide bladzijden, ook als alleen de bovenkant verkleuring toont. Naast groeiremming verminderen vlekken en webben vooral bij siergewassen de sierwaarde.

Ook als er minder levende mijten zijn, blijft oude bladschade zichtbaar. Volwassen kasspint heeft een klein, ovaal lichaam met acht poten. Vrouwtjes hebben een afgeronde achterzijde; mannetjes zijn kleiner en meer toegespitst. Vaak zijn twee donkere vlekken zichtbaar. De kleur kan onder meer per gewas verschillen. Herken een rode mijt daarom niet alleen aan de kleur. Leeggezogen cellen verminderen de fotosynthese en verhogen de transpiratie. Bij toenemende aantasting kan blad geheel vergelen en uiteindelijk afsterven.

Bladmineerders en mineervlieg biologisch bestrijden in professionele teelten

Bladmineerders biologisch bestrijden vraagt eerst een diagnose van de veroorzaker van de gangen. Zet tegen mineervlieglarven in het blad passende sluipwespen in. Nematoden richten zich op poppen in de grond. Volg volwassen vliegen met kleefvallen. Mineervliegen behoren tot de familie Agromyzidae binnen de vliegen en muggen. Hun larven eten gangen, ook mijnen genoemd, in bladeren. Larvengangen kunnen cosmetische schade en vroegtijdig bladverlies veroorzaken. Voedingsstippen van volwassen vrouwtjes spelen vooral in de sierteelt een rol.

Pesticiden kunnen natuurlijke vijanden doden. Chemische mineervliegbestrijding kan daardoor ook de biologische bestrijding van andere plaaginsecten ontregelen. Controleer bij oude mijnen of er nog actieve larven in zitten. Bij groenten komen brede vlekmines en smalle, slingerende gangen voor. De spinaziemineervlieg Pegomya hyoscyami maakt uiteindelijk een onregelmatige plek; een groentemineervlieg geeft een kronkelend patroon.

De larven voeden zich tussen de twee bladoppervlakken. Gebruik de mijnvorm als aanwijzing bij de herkenning. Bij deze soorten verplaatsen volgroeide larven zich vanuit het blad naar de grond naast de planten om te verpoppen. Bekijk voor herkenning een compleet blad, met de overgang van beschadigd naar gaaf weefsel.

Leafwrit

Houd uw spuitregistratie op één plek bij. Gratis beginnen.

Schadelijke wantsen biologisch beheersen in professionele teelten

Wantsen biologisch bestrijden begint met soortherkenning. De groep bevat zowel schadelijke als nuttige soorten. Bij de zuidelijke groene schildwants, Nezara viridula, kan een biologische aanpak bijvoorbeeld op de eieren zijn gericht. Het product Nezapar bevat daarvoor de sluipwesp Trissolcus basalis. Wantsen hebben een afgeplat lichaam met overlappende vleugels en een zichtbaar driehoekig borststukgedeelte. Kevers hebben daarentegen dekschilden die elkaar op het midden raken zonder te overlappen. De zuidelijke groene schildwants prikt graag in ontwikkelende vruchten en groeipunten.

Op vruchten kunnen harde bruine of zwarte stippen ontstaan. Scheuten kunnen verwelken en jonge vruchten kunnen achterblijven of afvallen. Oudere nimfen en volwassen dieren veroorzaken de meeste schade. Tonvormige eieren liggen in compacte clusters, onder meer op bladonderzijden en vruchten boven in de plant. De eerste jonge nimfen blijven bij de lege eitjes en voeden zich nog niet. Latere stadia gaan wel eten en verspreiden zich verder. Het vrouwtje van Trissolcus basalis legt een ei in een schildwantsei. De sluipwesplarve ontwikkelt zich daarin; na verpopping komt het volwassen dier via een opening naar buiten. Deze wesp bestrijdt de eieren, niet de al aanwezige volwassen wantsen. Stem de dosering af op klimaat, gewas en schildwants. Geparasiteerde eieren worden bruin en later donker. Bij een ei waaruit Trissolcus is gekomen, heeft de opening een gekartelde rand; bij niet-geparasiteerde eieren is die rand rond.

Jonge Nezara-eieren zijn lichtgeel en worden uiteindelijk helder oranje. Jonge nimfen verschillen in kleur van de grotere groene stadia. Volwassen schildwantsen zijn bleekgroen en kunnen bij lagere temperaturen bruinig kleuren. Strooi de Nezapar-poppen in uitzetbakjes. Nezara viridula doorloopt vijf nimfenstadia. In het tweede en derde stadium voeden zij zich wel, maar blijven nog bijeen. Vanaf het vierde stadium verspreiden ze zich. Bij het vijfde stadium is vleugelaanleg zichtbaar.

Pas Nezapar zo snel mogelijk toe. Bewaar het zo nodig één tot twee dagen bij acht tot tien graden Celsius, in het donker. Trissolcus basalis is het meest effectief bij twintig tot dertig graden Celsius. Controleer bij gecombineerd middelengebruik de compatibiliteitsinformatie voor Nezapar.

Witte vlieg biologisch bestrijden in de kas: bestrijders en monitoring

Witte vlieg biologisch bestrijden in de kas begint met soortherkenning en onderzoek van de bladonderkant. Een sluipwesp zoals Encarsia formosa is een mogelijke natuurlijke vijand van kaswittevlieg. Volwassen kaswittevliegen zitten vaak bovenin de plant en onder jonge bladeren. Bij schudden vliegen ze op en keren daarna naar de bladonderkant terug. De larven zijn ovaal; alleen het eerste larvenstadium kan zich verplaatsen, latere larven zitten vast. De oudere, vaak als pop aangeduide stadia zitten op oudere bladeren.

Kaswittevlieg heet Trialeurodes vaporariorum; tabakswittevlieg heet Bemisia tabaci. Wittevlieglarven nemen plantensap op en scheiden een suikeroverschot uit als honingdauw. Die kleverige laag kan vruchten vervuilen; daarop kunnen roetdauwschimmels groeien. De aantasting heeft ook betekenis voor de sierwaarde van siergewassen. Encarsia formosa in En-Strip parasiteert witte vlieg, in het bijzonder kaswittevlieg. Het volwassen vrouwtje parasiteert het derde en vierde larvenstadium. Geparasiteerde kaswittevliegpoppen worden zwart; bij Bemisia worden ze bruinachtig.

Volwassen sluipwespen verlaten de pop via een rond gat. Raak de poppen bij het hanteren van En-Strip niet aan. Hang kaartjes buiten direct zonlicht en controleer de neveneffecten van andere bestrijdingsmiddelen. Kaswittevlieg doorloopt een ei, vier larvenstadia en het volwassen stadium. Het vierde larvenstadium wordt vaak pop genoemd, hoewel dat biologisch geen echte pop is. Het vormt een wit ovaal omhulsel met zijwaarts uitstekende wasdraden. De volwassen witte vlieg komt eruit via een T-vormige breuklijn. Waardplanten zijn onder andere aubergine, boon, komkommer, paprika, tomaat, roos, gerbera en poinsettia. Zware aantasting remt de groei en schaadt de vruchtontwikkeling. Roetdauw op honingdauw kan daarnaast fotosynthese en verdamping beperken. Onderscheid bij de controle lege omhulsels van levende larven.

Volgende stap

Controleer vóór het uitzetten de uitleg over biologische bestrijders en toestemming.