Onkruid biologisch beheersen in akkerbouw en groenteteelt
Stem bij biologische onkruidbestrijding het werktuig af op het gewas en het onkruid. Gebruik voor een aanpak zonder herbicide een wiedeg, schoffel of aanaarder. Combineer vruchtwisseling, gewaskeuze, bodembeheer, mechanische technieken en precisietoepassingen voor geïntegreerde onkruidbeheersing. Natuurlijke vijanden en bioherbiciden zijn aanvullende onderzoeksrichtingen. Controleer voor biologische onkruidbestrijdingsmiddelen de toelating en toepassing bij het Ctgb.
Gebruik een wiedeg tegen kiemend onkruid. Schoffel tussen zichtbare gewasrijen en kies voor onkruid in de rij een passende rijwieder. Met aanaarden bedekt u onkruid met grond. Begin wanneer onkruid klein is en combineer passende methoden. In natte jaren is mechanische onkruidbestrijding moeilijker.
Mechanische onkruidbestrijding wordt gebruikt in grasland, akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt. Cameragestuurde schoffels en intra-rijwieders maken gerichter werken mogelijk. Aanaarden past bij een gewas dat al wat groter is.
Brandnetels biologisch bestrijden in landbouw en professioneel groenbeheer
Netels biologisch bestrijden in dijkgras: maai grote brandnetels en voer het maaisel af. Steek kleine plekken met de hand uit. Grote brandnetel, Urtica dioica, is een meerjarige plant met kruipende wortelstokken. Groepen planten kunnen ondergronds via wortelstokken met elkaar verbonden zijn. Onderscheid brandnetels van de gelijkende dovenetels.
In dijkgras groeit grote brandnetel op voedselrijke plekken. Voorbeelden zijn plaatsen met achterblijvend maaisel, bladval of achtergebleven organisch materiaal. Maai vóór bloei en zaadzetting en houd bestaande haarden apart van een vrijwel gesloten zode. Gebruik beschermende middelen bij handmatig uitsteken.
Stengel en blad dragen brandharen; de stengel is vierkantig, het blad gezaagd en eirond tot langwerpig driehoekig. De soort is tweehuizig, met mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten.
Ook voedselrijke grond die bij herstel is aangebracht, kan de groei bevorderen. Bij doorzaaien in een sterke brandnetelbegroeiing worden gras en kruiden weggeconcurreerd. Bij waterkeringen is daarnaast de toestand van de zode van belang. Bij dominantie kan de toplaag los worden en nemen inspecteerbaarheid en erosiebestendigheid af.
Ondergronds kunnen wortelstokken een uitgebreid stelsel vormen, ook bij een geringe bedekking op maaiveldniveau.
Vogelmuur biologisch beheersen in akkerbouw en groenteteelt
Vogelmuur biologisch bestrijden betekent vooral zaadzetting en hergroei voorkomen. Maak een vals zaaibed met ondiepe bewerking. Ruim opgekomen kiemplanten op voordat u het gewas zaait. Wied en schoffel op kleinere bedden voordat vogelmuur zaad vormt. Vogelmuur is laagblijvend, heldergroen en eenjarig, met kleine witte bloemen. De ronde stengels hebben een enkele rij haren. De bladeren zijn ovaal en eindigen in een lichte punt. De soort kan met gewone hoornbloem worden verward.
De wortels zijn fijn en oppervlakkig; de kroonbladen zijn ingesneden. Vogelmuur groeit bij relatief lage temperaturen en kan in dichte stand de gewasgroei beperken. Kieming is gedurende het jaar mogelijk. Een in het najaar ontstane populatie kan als een dichte lage mat overwinteren. Zaailingen en jonge planten ondervinden concurrentie en kunnen worden verstikt.
Trek of steek de oppervlakkig wortelende planten uit. Schoffel bij droog, zonnig weer, zodat losgemaakte planten verdrogen in plaats van opnieuw te wortelen. Zaden verspreiden zich met modder aan schoeisel en met grond of compost. Begraven zaad blijft lang kiemkrachtig. Verplaats geen grond met vogelmuurzaad naar schone bedden. Houd bloeiend materiaal bij eigen compostering apart van planten zonder bloemen.
Houd uw spuitregistratie op één plek bij. Gratis beginnen.
Dek de bodem af met mulch om kiemplanten te onderdrukken en kieming te beperken. Vogelmuur kan zich behalve met zaad ook vegetatief via worteldelen vermeerderen. De spitse, ovale bladeren staan tegenover elkaar aan slappe stengels.
De vijf witte kroonbladen zijn gedeeld en vormen samen een stervormig bloempje. Na de korte bloei ontstaat een naar beneden hangend zaaddoosje. Het zaad kan langer dan vijf jaar overleven. Dek lege groente- en bloemenbedden met vogelmuur in de winter af met karton. Verwijder daarbij plakband, laat de naden overlappen en verzwaar het karton. Ook organisch materiaal en tijdelijke afdekkingen kunnen onkruid onderdrukken. Gebruik karton op kleinschalige bedden.
Gewasbescherming buiten de landbouw: sport, groen en verharding
Professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw is verboden, behoudens beperkte uitzonderingen. Biociden hebben bijvoorbeeld toepassingen voor desinfectie en muizenbestrijding; gewasbeschermingsmiddelen richten zich op planten en gewassen. De wijzigingsregeling in Staatscourant 2024, 10202 vervangt bijlage XVII door tabellen voor Golfterreinen en Andere sportvelden.
De bijlage hoort bij artikel 8.4 en het gebruiksverbod van artikel 27b van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Bij golf worden bijvoorbeeld green, fringe/collar, foregreen/apron, tees, fairways, maintained rough en golfrough onderscheiden. Bij nee in de sportveldtabel was middelengebruik voor die combinatie van terrein en aantaster verboden.
Een genoemd percentage begrenst het areaal dat gedurende het kalenderjaar mag worden behandeld. Bij andere sportvelden geldt in het voorbeeld een maximum van 10%. Bij een pleksgewijze toepassing behandelt u gericht het te beheersen onkruid. U behandelt dus niet het hele veld. Bij 15 hectare uitgezonderd golfspeloppervlak mag u maximaal 3 hectare tegen de genoemde onkruiden behandelen: 20% van 15 hectare.
Het voorbeeld geldt voor de betreffende onkruiden en golfonderdelen, van fringe/collar tot maintained rough. Dat is een voorbeeld van een maximumoppervlakte, geen verplicht te behandelen oppervlakte. Preventieve maatregelen kunnen de te behandelen oppervlakte beperken. Hanteer vooraf een schadedrempel. Niet iedere schade vraagt een bestrijding: het gaat om schade die binnen de beheerdoelen niet acceptabel is. Concrete drempels worden in de planvorming vóór uitvoering bepaald.
Een nultolerantie voor ziekten, plagen en onkruiden is niet nodig voor goede, gezonde sportbeoefening. Pas geïntegreerd sportgrasbeheer met preventieve en niet-chemische maatregelen toe. Bestrijd op nieuw ingezaaide delen en nieuwe nursery greens in het eerste jaar geen onkruid met middelen. In het tweede óf derde jaar past een eenmalige behandeling van het hele oppervlak binnen deze aanpak. Daarna geldt de sportveldtabel. Nieuw ingezaaid betekent hier een sportveld dat bij renovatie of grootschalig onderhoud volledig opnieuw wordt ingezaaid. Kleinschalig onderhoud in een doelgebied valt daar niet onder.
Het wettelijk gebruiksvoorschrift (WG) bevat de toegelaten toepassingen, voorschriften en maatregelen voor mens, dier en milieu. Het voorschrift kan veranderen; wijzigingen van gewasbeschermingsmiddelen krijgen een W-code waarmee de wijziging in de databank terug te vinden is. De sportveldtabel is daarvoor geen algemene toestemming. Een oogstveiligheidstermijn verschilt van een herbetredingsrestrictie. De oogstveiligheidstermijn beschermt consumenten via residubeoordeling. Een aparte restrictiezin kan werkzaamheden in behandeld gewas beperken.
Volgende stap
Controleer bij een voorgenomen middelgebruik de uitleg over Ctgb-toelatingen en voorschriften.